Arbowet en vrijwilligers
10 Belangrijke vragen rond Arbo en vrijwilligerswerk:
De Arbowet voor vrijwilligers na 15 maart 2006.
(Waarover gaat de Arbowet precies en welke consequenties heeft hij, na de wijziging per 15 maart 2006, voor bestuur en medewerkers van vrijwilligersorganisaties?).
Vraag 1: Waarover gaat de Arbowet en wat houdt de aanpassing in van 15 maart 2006?
Vraag 2: De Arbowet geldt toch alleen voor mensen die betaald werk verrichten?!
Vraag 3: Wat wil de Arbowet nu precies van ons?
Vraag 4: Wij werken niet met gevaarlijke stoffen. Dus dan zit het toch wel goed bij ons?!
Vraag 5: Wat winnen wij als vrijwilligersorganisatie bij het zorgen voor goede arbeidsomstandigheden?
Vraag 6: Welke (financiële) risico’s lopen we als vrijwilligersorganisatie zonder arbobeleid?
Vraag 7: Hoe kunnen we onze risico’s in kaart brengen en zo onaangename verrassingen vermijden?
Vraag 8: Wat moet ik weten over de Arbodienst?
Vraag 9: Welke rol speelt de Arbeidsinspectie bij de handhaving van de Arbowet?
Vraag 10: Hoe vullen we de zorg voor goede arbeidsomstandigheden in?
Vraag 1: Waarover gaat de Arbowet en wat houdt de aanpassing in van 15 maart 2006?
De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) regelt op het gebied van de arbeid, de algemene zorg voor veiligheid, gezondheid en welzijn.
Op 15 maart 2006 werd de Arbowet aangepast voor vrijwilligers: artikel 5 over de risico-inventarisatie en -evaluatie, artikel 12 tot en met 15 over preventiemedewerker, aanvullende deskundige bijstand en bedrijfshulpverlening en artikel 18 over het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) vervallen hierbij.
De aanpassing betekent dat u als vrijwilligersorganisatie, alleen als het vrijwilligers betreft, vrijgesteld bent van een aantal verplichtingen van de Arbowet. Wel blijft u verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van werknemers en de risico’s voor derden.
De versoepeling van de regelgeving geldt niet als er sprake is van ernstige risico’s zoals voor vrijwilligers die werken met gevaarlijke stoffen. Ook niet voor jeugdige vrijwilligers tot 18 jaar, voor zwangere vrijwilligers en vrijwilligers die borstvoeding geven. Bij deze laatste groepen wordt immers sneller gesproken van een ernstig risico.
Ook voor de vrijwillige brandweer en politie blijft de volledige Arbowet van toepassing.
Vraag 2: De Arbowet geldt toch alleen voor mensen die betaald werk verrichten?!
De Arbowet geldt voor iedere werkgever en werknemer in Nederland in ruime zin:
Iedereen die een ander werk voor zich laat verrichten, is hier werkgever. En iedereen die werk doet voor iemand, is hier werknemer. Altijd als er sprake is van werken in een gezagsverhouding is de Arbowet van toepassing (artikel 1 van de Arbowet).
Ook binnen het vrijwilligerswerk is sprake van gezagsverhoudingen, want ook vrijwilligers krijgen gewoonlijk aanwijzingen of instructies van een ander.
In vrijwilligersorganisaties is men daarom verplicht goede arbeidsomstandigheden na te streven. Deze verplichting kan ook steunen op artikel 7:658 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de zorgplicht van de werkgever ook bij vrijwillige werknemer als vereist wordt gesteld.
Niet onbelangrijk is hier ook de vraag “wie is vrijwilliger?”. Het antwoord staat in het zesde lid van artikel 2 van de wet op de loonbelasting 1964. Deze luidt:
“Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die als vrijwilliger uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen ontvangen met een gezamenlijke waarde van ten hoogste € 150 per maand en € 1 500 per kalenderjaar. Hierbij wordt onder vrijwilliger verstaan: degene die niet bij wijze van beroep arbeid verricht voor een privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting dan wel voor een sportorganisatie.”
Vraag 3: Wat wil de Arbowet nu precies van ons?
De Arbowet verplicht de werkgevers om een arbobeleid te voeren en invulling te geven aan de zorg voor goede arbeidsomstandigheden (artikel 3 van de Arbowet).
Ook na de aanpassing van de wet per 15 maart 2006 geldt dit voor vrijwilligersorganisaties.
De aanpassing van maart 2006 heeft het doel van de arbeidsomstandighedenwet niet veranderd, maar wel een versoepeling toegestaan van de middelen om dit doel te bereiken!
Elke vrijwilligersorganisatie dient zich nog steeds bewust te zijn van de mogelijke risico’s die zijn medewerkers lopen. Dit geldt voor derden (bijvoorbeeld bezoekers) die deelnemen aan activiteiten van vrijwilligersorganisaties (artikel 10 van de Arbowet)!
Er behoeft geen geschreven risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) meer gemaakt te worden, behalve als er sprake is van ernstig risico zoals o.a. waar gebruik gemaakt wordt van gevaarlijke stoffen (artikel 6 van de Arbowet). Dit is een versoepeling die gemaakt is in de geest van de komende evaluatie van de Arbowet: minder regelgeving, minder administratie.
Dit wil echter helemaal niet zeggen dat er onzorgvuldig kan omgesprongen worden met risico’s! Er zijn minder regeltjes en regelgeving, maar bij veronachtzaming van de arbeidsrisico’s met kwalijke gevolgen voor de vrijwilliger zal des te strenger opgetreden worden.
De bedoeling van de wet blijft onveranderd intact, de middelen waarmee deze bedoeling verwezenlijkt worden zijn veel vrijer geworden!!!
Aan de organisatie nu de verantwoordelijkheid om een middel te zoeken om de risico’s te inventariseren.
Laat deze vrijheid geen vergiftigd geschenk worden!
Vraag 4: Wij werken niet met gevaarlijke stoffen. Dus dan zit het toch wel goed bij ons?!
De Arbowet neemt geen genoegen met denken dat het met de veiligheid in uw organisatie ‘vast wel goed zit’.
De Arbowet gaat immers ook over zaken als zwaar tillen, onveilige machines, seksuele intimidatie, valrisico’s, veiligheid voor derden en eerste hulp bij ongevallen.
De zorgplicht in de Arbowet (artikel 3 van de Arbowet) legt een zware verantwoordelijkheid bij degene die in de wet als ‘werkgever’ wordt gedefinieerd. Als u aan het hoofd staat van een vrijwilligersorganisatie draagt u die verantwoordelijkheid.
Vraag 5: Wat winnen wij als vrijwilligersorganisatie bij het zorgen voor goede arbeidsomstandigheden?
Allereerst is zorgen voor goede arbeidsomstandigheden een wettelijke verplichting.
Daarbuiten is een goed arbeidsklimaat, continuïteit en imago uitermate belangrijk voor de vrijwilligersorganisatie.
De vrijwillige werknemers voelen zich serieus genomen als ze kunnen rekenen op interesse in en zorg voor hun arbeidsomstandigheden.
Goed functionerende en enthousiaste vrijwilligers zijn vaak zelfs onmisbaar voor het voortbestaan van de vrijwilligersorganisatie.
Ook het imago van de organisatie wordt gemeten door goede arbeidsomstandigheden voor de medewerkers.
Vraag 6: Welke (financiële) risico’s lopen we als vrijwilligersorganisatie zonder arbobeleid?
Vrijwilligersorganisaties die geen of onvoldoende aandacht geven aan de veiligheid en gezondheid van hun vrijwilligers lopen financiële risico’s die niet te onderschatten zijn, ook na de aanpassing van de wet in maart 2006.
Als uit een onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt dat ‘gevaarlijke arbeidsomstandigheden’ de oorzaak zijn van een ongeval, kan zij een boete opleggen en/of een proces-verbaal opmaken.
Daarbij is de kans groot dat u civielrechtelijk wordt aangeklaagd en de geleden schade moet vergoeden. Tenzij u kunt aantonen dat u op een gedegen manier werk heeft gemaakt van het zorgen voor goede arbeidsomstandigheden in uw organisatie.
Het is belangrijk dat u zich realiseert dat een WA-verzekering u niet van uw zorgplicht ontslaat.
Denk er ook aan dat u, als “werkgever”, ook verantwoordelijk bent voor letsel aan ‘derden’ tijdens uw vrijwilligersactiviteiten (bijvoorbeeld bezoekers, kinderen).
Vraag 7: Hoe kunnen we onze risico’s in kaart brengen en zo onaangename verrassingen vermijden?
U hoeft gelukkig het arbowiel niet zelf uit te vinden. Er zijn hulpmiddelen in de vorm van checklists ontwikkeld.
Deze checklists zijn erg handig bij het in kaart brengen van de risico’s die eigen zijn aan uw organisatie. Nadeel van vele checklists is dat ze veel tijd (en enige kennis) vergen bij het invullen.
Pro(t)Action heeft voor dit doel een risicoscan specifiek voor vrijwilligersorganisaties ontwikkeld die deze nadelen tot een minimum beperkt.
Het invullen van de risicoscan mondt alleen uit in het opstellen van een Plan van Aanpak als er sprake is van ernstig risico.
De risicoscan van Pro(t)Action werkt volgens het stoplichtmodel. Hiermee toont de risicoscan de knelpunten en prioriteiten meteen in de vorm van rode of oranje stoplichten. Vul de risicoscan in met meerdere personen bijvoorbeeld met het bestuur en de beheerder van de locatie waar de vrijwilligers werken. Zo voorkomt u dat u risico´s over het hoofd ziet. LET OP: U bent zelf verantwoordelijk voor het juist en volledig invullen van de risicoscan.
Voor de actiepunten die uit dit overzicht naar voren komen beschrijft u, in samenwerking met de arbo-adviseur van Pro(t)Action, de voorzorgsmaatregelen die u gaat treffen om het risico weg te nemen of te verminderen.
Op deze manier kan u steeds aantonen dat u zorgvuldig bent geweest met de beheersing van uw arbeidsomstandigheden.
Vraag 8: Wat moet ik weten over de Arbodienst?
Door de opeenvolgende aanpassingen van de Arbowet en vooral de laatste in maart 2006 (wegvallen van artikel 14 en 15 van de Arbowet) is de rol van de Arbodienst geminimaliseerd. De Arbodienst kan nog geraadpleegd worden maar aansluiting is niet meer verplicht.
Vraag 9: Welke rol speelt de arbeidsinspectie bij de handhaving van de Arbowet?
De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan de Arbowet. Bij een overtreding op het gebied van arbeidsomstandigheden (artikel 3 van de Arbowet) krijgt u een boete.
Manifeste onzorgvuldigheid in verband met ernstige risico’s of in verband met risico’s voor derden, wordt als misdrijf gezien en valt onder het strafrecht (artikel 6 en 10 van de Arbowet).
Ongevallen met werknemers of derden welke een ziekenhuisopname vereisen, worden eveneens door de arbeidsinspectie beboet. Hiervoor dient u als werkgever zelf de arbeidsinspectie zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen!
Vraag 10: Hoe vullen we de zorg voor goede arbeidsomstandigheden in?
Pro(t)Action adviseert de volgende stappen te doorlopen.
Stap 1: Informatie verzamelen. Als bestuurder van een vrijwilligersorganisatie bent u uiteindelijk verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van uw vrijwilligers. U dient op de hoogte te zijn van eventuele risico’s en maatregelen te treffen om uw vrijwilligers te beschermen. De vrijwilligers kunnen u hierover waardevolle informatie leveren. Het is goed mogelijk dat zij risico’s hebben opgemerkt die u niet gezien hebt.
Stap 2: Wel of geen risico’s? Pro(t)Action heeft een risicoscan ontwikkeld specifiek voor vrijwilligersorganisaties. Het invullen van de risicoscan geeft snel een goed beeld van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s in uw organisatie. De risicoscan is ontwikkeld op basis van het stoplichtmodel. Rood is een belangrijk/ernstig risico, oranje een mogelijk risico en groen geen risico. Hiermee hebt u meteen een prioriteitskeuze gemaakt.
Stap 3: Maak een Plan van Aanpak. Als uit de risicoscan rode of oranje aandachtspunten worden vastgesteld is het zaak, in samenwerking met de arbo-adviseur van Pro(t)Action, een Plan van Aanpak op te stellen. Hiermee bewijst u aandacht te hebben voor de arbeidsrisico’s.
Neem contact met ons voor het verkrijgen van de Risicoscan. |